Home

geschiedenis

Bier wordt al zo’n 5000 jaar gedronken. Ooit was het een huiselijke drank, later werd het een godendrank, daarna werd het beschouwd als een drank voor de armen. Nu staat het bier er weer als dorstlesser en als degustatiebier.

De Oudheid

In Jarmo, het oudst gekende landbouwersdorp van Mesopotamië, werden sporen gevonden van een gerstcultuur, zo’n negenduizend jaren voor onze tijdrekening. Brouwen van bier behoorde samen met het bakken van brood tot de huishoudelijke taken van de vrouw. De oudst gekende bieren zijn niet veel meer dan een gegiste brij, afkomstig van verkruimeld brood.

De oude Sumeriërs hadden een, naar verhouding, uitgebreid bierassortiment met zestien verschillende lichte en donkere brouwsels. Muurschilderingen verwijzen naar de teelt van granen en het brouwen van bier. Het bier wordt er overigens gebruikt als betaalmiddel in natura. Zo krijgen arbeiders en bedienden twee liter licht bier als dagloon. Leden van de middenklasse, opzichters en beheerders moeten zich tevreden stellen met drie liter zwaar bier. Tot vijf liter van het beste en zwaarste bier wordt geschonken aan de gouverneurs en hogepriesters. Vrouwelijke hofdienaars en zij die assisteren bij de eredienst, krijgen een gelijkaardige hoeveelheid gezoet bier als de leden van de middenklasse.

In het Babylonische tijdperk heersen zowel Hammurabi als Nabuchodonosor als ware bierkoningen. De Babyloniërs overtreffen de Sumeriërs door maar liefst twintig bieren te produceren. Koning Hammurabi (1728-1686 voor Christus) wordt beschouwd als de eerste wetgever uit onze geschiedenis. Daarvan getuigt onder meer zijn wetboek dat op een zuil in Susa is ontdekt. Hierin aanvaarlmdt hij de shekel (shé betekent graan) als wettig betaalmiddel. Eén shekel heeft een waarde van 360 graankorrels.

Over de oorsprong van het bier in het oude Egypte tast men in het duister. Vast staat dat bier er werd beschouwd als een geschenk van de goden. Men wil evenwel geen enkele god tegen de borst stoten, zodat meerdere goden (de Nijlgoden Habi, Osiris, Isis en de zonnegod Re) geëerd worden omdat zij het bier aan de wereld hebben geschonken. Algemeen wordt aangenomen dat de farao’s konden kiezen uit een viertal soorten, allen op basis van brood: zythum (algemeen verspreid licht bier), dizythum (‘dubbele’), carmi (gezoet bier) en korma (gemberbier). Peluse, een dorpje in de Nijldelta nabij Port Saïd, is het brouwcentrum van het oude Egypte. Van hieruit wordt de gerstewijn verscheept naar Griekenland. De naam Peluse is ook nauw verbonden met deze van Ramses II, bijgenaamd de faraobrouwer. Meer dan andere farao’s aanbidt hij Amon-Re. Jaarlijks offert hij maar liefst 466.308 amforen of kruiken bier voor de eredienst, wat neerkomt op naar schatting één miljoen liter bier. In het oude Egypte was brouwen een taak voor de vrouwen.

In het oude Griekenland en het Romeinse rijk zegeviert de wijn. Het bier is er zoveel als de drank der armen en barbaren. Krijgslieden en handelaars brengen het bier vanuit Alexandrië naar de overzijde van de Middellandse Zee. Omstreeks 400 jaar voor Christus wordt in Phaestos en Heraklion (Kreta) een muntstuk geslagen met een gerstaar. Dergelijk initiatief wijst op een zekere verering van de godin Ceres, omdat het meer gebruikelijk is dieren op muntstukken af te beelden. Winnaars van atletiekproeven wordenbovendien beloond met een hoeveelheid graan of gerst.

Van de Galliërs is geweten dat zij meesters zijn in het brouwen van hun ‘cervoise’. De benaming cerevisia is een samenstelling van cera (graan) en vise (sterkte). Mogelijk hebben de Galliërs de houten tonnen uitgevonden om hun bier te bewaren; voordien werden hiervoor steeds kruiken, amforen en ketels gebruikt. Bij de Germaanse volkeren hebben vooral de Bajuvaren een stevige reputatie op het vlak van bierbrouwen en -drinken. Naast de vier oerelementen (aarde, water, vuur en lucht) erkennen zij ook het bier. Niet zo verwonderlijk als men weet dat de Bajuvaren zich ophouden in wat later Beieren zou worden.

Middeleeuwen

Na ongeveer vijf eeuwen uit de geschiedenis verdwenen te zijn, duikt het bier plots weer op rond de achtste en negende eeuw. Hoewel bierbrouwen een typische huisnijverheid is, brengt Karel de Grote (771-814) daarin verandering. Hij stelt dat iedere inwoner moet toezien op de teelt van het graan dat moet gebruikt worden om later bier van te brouwen. Vanaf de negende eeuw zal deze artisanale industrie zich geleidelijk ontplooien, zodat er al van brouwerijen kan gesproken worden. Pas vanaf de middeleeuwen gaat men de ingrediënten (gerst, tarwe en het kruidenmengsel gruit) met elkaar vermengen in een beslagkuip en vervolgens laten koken. In de doorbraak van dit productieproces hebben de monniken een voorname rol gespeeld. Zij raadden de bevolking immers aan om bier te drinken in plaats van het zwaar verontreinigde en niet–gekookte drinkwater dat een haard van infecties was en talrijke ziekten veroorzaakte, zoals cholera en tyfus.

Het middeleeuwse brouwproces gelijkt ook op de fabricagemethoden die reeds in het tweede millennium voor Christus werden gebruikt in China. Men maakte er zelfs al een onderscheid tussen jong en ongefilterd bier en helder, geklaard bier. De Chinezen volgden de vloeibare brouwmethode reeds op het ogenblik dat in het oude Egypte nog op basis van een brood-brij werd gewerkt. Volgens de Chinezen bevatte bier twee elementen: het vloeibare dat neerdaalde en het geestelijke dat hen verhief.

In de middeleeuwen komt de biernijverheid tot ware ontplooiing in Beieren waar men ruim 500 kloosterbrouwerijen telt. Het bier moet vooral als voedingsbron worden gezien; het levert minder gevaar op voor infecties, omdat het water gekookt wordt tijdens het brouwen. De eruit vervaardigde bierpap is erg voedzaam en draagt bij tot een betere spijsvertering van zware maaltijden. Omdat vis en vlees te sterk gepekeld zijn, wordt massaal naar het bier gegrepen dat zo uitgroeit tot een volksdrank. Al in 1350 vaardigt München een stedelijke ordonnantie uit om het debiet van het bier te controleren. Brouwers die trachten de wet te omzeilen, mogen rekenen op lijfstraffen, fikse boeten, inbeslagname van hun eigendom en ontheffing uit de adelstand. Zij die slecht bier op de markt brengen, worden verplicht hun eigen vaten uit te drinken. Kenmerkend voor de middeleeuwen is de oprichting van gilden die waken over de kwaliteit van het bier en de tradities in stand houden. Ook zal de hop de gruit verdringen waardoor het gruitrecht (als inkomstenbron voor de schatkist) op de helling komt te staan. Kwaliteit, productie en verkoopprijs van de Beierse bruine worden geleidelijk gereglementeerd. Zo is het onder meer verboden te brouwen van Sint-Joris tot Sint-Michiel, dat is van 24 april tot 24 september. Dit brouwverbod komt er nadat herhaaldelijk is vastgesteld dat zomerbier sneller verzuurt en bitter wordt. Overigens is de techniek van de lage gisting al sinds 1420 gekend in München. Tot in de negentiende eeuw zou de productie ervan beperkt blijven tot Zuid-Duitsland.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: